We gaan naar terug naar het begin van de 20e eeuw: Het was een kadastrale lappendeken op Ameland. In het poldergebied Ballummer Mieden op Ameland hadden 119 eigenaren op 190 hectare gezamenlijk 3600 percelen. Efficiënt boeren op zoveel minipercelen was niet mogelijk. Er werd geboerd op perceeltjes die niet groter waren dan een flinke huiskamer. Ook voor de Amelander boeren was het soms niet meer te bepalen wat van wie was. Met een spade zetten sommigen ter herkenning en afbakening de initialen in de grond, of de hoeken werden met stenen gemarkeerd. Dit kwam door de eindeloze verdeling van grond onder meerdere erfgenamen. Bij het maaien van je eigen grasland kon je zomaar het gras van de buren plattrappen, omdat er geen wegen en paden tussen de kavels lagen.

Maaien vergde afstemming. Dit vond traditiegetrouw op de feestdag Sint-Jan plaats. Er werd dan een vergadering gehouden met een borrel, een paardendraverij en een dansavond. Op de maandag na Sint-Jan begonnen de boeren met het markeren van de perceeltjes, waarna zij op de afgesproken volgorde aan het maaien sloegen. Tradities zijn wat waard, maar de versnipperde eigendomsstructuur was verre van ideaal.

Op initiatief van de Nederlandse Heidemaatschappij en dijkgraaf Van Welderen baron Rengers, ging landmeter H.J. Klompe van het Kadaster in 1916 aan de slag met het herschikken van eigendommen. Het lukte de 119 eigenaren van landerijen vrijwillig tot overeenstemming te krijgen om tot een herinrichting van hun landerijen te komen. Hij bracht de 3600 percelen terug naar 219 percelen voor dezelfde 119 eigenaren. Elk individueel perceel te benaderen vanaf een openbare weg. Ook de ontwatering van het gebied werd aangepast. Overtollig water kon via een aantal duikers met schuiven in de nieuwe zeedijk in de Waddenzee worden geloosd. De ruilverkaveling had een gunstig economisch effect op het gebied dat de waarde van de grond in 1918 al 2,5 maal zo hoog was als voor de ingreep.

Perceelindeling na de ruilverkaveling.

Situatie voor en na ruilverkaveling (bron: ‘100 jaar Heidemij’).

De vrijwillige kavelruil is nog altijd een instrument dat wordt gebruikt in projecten van Arcadis om gebieden logischer in te delen, en zo structuurverbetering in de regio aan te brengen. Zo begeleidt Arcadis pilot-project Veenhuizerveld, waarbij we op regionale schaal met de lokale agrarische bedrijven en bewoners een transitie in gang zetten, met een focus op systeemherstel, natuur inclusieve landbouw, nieuwe natuur en kwaliteitsverbetering in de brede zin.

Ruilverkavelingsprojecten van de Heidemaatschappij, periode 1924 – 1935.

Uw browser is verouderd

Update uw browser voor een optimale weergave. Nu updaten

×