De ramp van 1953 heeft geleid tot de uitvoering van hele grote werken in het kader van de kustverdediging in Zeeland en Zuid- Holland (Deltaplan). Dit heeft Nederland in de waterbouwsector ook internationale faam bezorgd.  Maar om het risico van overstromingen zo goed mogelijk te beperken, is na het voltooien van Het Deltaplan de situatie voor het rivierengebied nader onderzocht. Als belangrijkste conclusie werd daarbij vastgesteld dat de dijken in het rivierengebied over een grote lengte niet voldeden aan de nieuwe afvoernorm voor de Rijn. Begin tachtiger jaren zijn de eerste verbeteringswerken aangepakt. Daarin trad Heidemij Advies vaak op als adviseur en plannenmaker- toezichthouder voor de waterschappen.

Toch roepen de dijkversterkingen veel weerstand bij milieugroeperingen. Om een goed beoordelingskader te hebben voor Landschap, Natuur en Cultuurhistorie krijgt Heidemij Advies de opdracht van de Provincie Zuid Holland voor het opstellen van een landschapsontwikkelingsvisie voor dijktraject Hagestein – Nieuwpoort. De kernvraag daarbij is hoe bij dijkversterkingen met de waarden van Landschap, Natuur en Cultuurhistorie (LNC – waarden) kan worden omgegaan. Het gevolg daarvan is wel dat dijkversterkingen aan langdurige procedures en inspraak zijn onderworpen.

Landschapsontwikkelingsvisie Hagestein – Nieuwpoort, verkernning Everdingen.

Innovatie enkennisontwikkeling

Binnen Heidemij Advies stagneert de hoeveelheid werk in de dijkversterkingen als gevolg van de vertragingen bij de planvorming aanzienlijk. Maar op uitnodiging van de directie presenteert Ton van Bruchem de opgestelde Landschapsontwikkelingsvisie en wordt besloten om de bij dijkversterking betrokken personeelsleden een cursus en training te geven om zich de aanbevelingen van “Boertien” eigen te maken. Als dan in 1993 en 1995 zeer hoge waterstanden in de rivieren optreden en 250.000 mensen moeten worden geëvacueerd besluit de regering de dijkversterkingen met spoed aan te pakken en wordt de noodwet “Deltaplan Grote Rivieren “opgesteld, gevolgd door de “Wet op de Waterkering”. Dit houdt in dat ca. 150 km. van de meest onveilige dijken binnen een termijn van ca. 2 jaar moeten zijn versterkt.  Heidemij Advies heeft dan een zodanige kennisvoorsprong dat ca. 90 % van deze vervaardiging van plannen, berekeningen, beoordeling van” LNC – Waarden”, opstellen van bestekken en directievoering over de uitvoering aan Heidemij Advies wordt gegund. Er wordt door de Heidemij met man en macht aan de plannen gewerkt. Het dijkenleger kent een dag- en een nachtploeg en voor een heel aantal mensen geldt dat ze in beide groepen meewerken.

       

Aanbrengen ontlaststelsel Jaarsveld 1999.   Balgstuw Kampen.

In principe worden dijken versterkt door de kruin te verhogen en het binnen talud te verzwaren. Maar die aanpak heeft wel gevolgen voor het ruimtebeslag van de verbeterde waterkering. Dan wordt de vraag naar andere oplossingen actueel. Ook daarbij draagt de Heidemij innovatieve oplossingen aan. Voorbeelden zijn de ontlastingsbronnen in Jaarsveld en Opijnen, waarbij de waterdruk aan de binnenzijde van de dijk door bronnen wordt beheerst en ‘De opblaasbare Balgstuw’ bij Kampen die alleen bij hoogwater een kerende functie krijgt. Ook combinaties met andere functies in stedelijk gebied worden ontworpen zoals de keerwand van de Noordendijk in Dordrecht waar de gevels van de huizen aan de binnenzijde van de dijk tegelijk de waterkering vormt, of het verbeteringsplan van de historische Beermuur in Wijk bij Duurstedemet bijbehorende Walmolen waar op de plaats van de oorspronkelijke toegang naar de haven een afsluitbare keerdeur is opgenomen die naar de oorspronkelijke afmetingen is vormgegeven. Ook het besef dat de rivier niet alleen maar beteugeld moet worden door dijken maar juist meer ruimte moet krijgen om zodoende hogere afvoeren toe te staan (zonder verhoging van het waterpeil) wordt in plannen meegenomen.

Waterkering Wijk bij Duurstede 2018.

 

Uw browser is verouderd

Update uw browser voor een optimale weergave. Nu updaten

×