Waterbeheersing in Zuid Nederland

Inhoud:

Waterbeheersingswerkzaamheden in de zestiger jaren van de 20ste eeuw in Zuid Nederland

Aanpak

De rol van Heidemij op waterbeheersingsgebied in Zuid Nederland in de jaren 60 van de 20ste eeuw

Hoogwatervrijmaking en aanpassingswerken

Vrijwillige ruilverkaveling in combinatie met beeknormalisatie

Techniek en inovatie

Conclusies

Anekdotes

Auteur

 

Waterbeheersingswerkzaamheden in de zestiger jaren van de 20ste eeuw in Zuid Nederland

Denkend aan en schrijvend over de geschiedenis van de Heidemij ontstaat al snel de link naar een potje armpje drukken tussen de verschillende disciplines over het onderwerp dat het meest bepalend is geweest voor de ontwikkeling van de Heidemij. Dat is natuurlijk energieverspilling want de Heidemij heeft zich breed ontwikkeld en er is niet een bepaald onderwerp dat de boventoon voert.

Wel kan worden geconstateerd dat het onderwerp “water “vanaf het prille begin nadrukkelijk op de agenda heeft gestaan. Immers verbeteren van het opbrengend vermogen van de agrarische gronden zoals in de oorspronkelijke doelstellingen stond, begon en begint nog steeds bij een goede waterhuishouding. Er moet meteen aan worden toegevoegd dat het begrip waterhuishouding vroeger wel wat eenzijdig werd uitgelegd in de zin van nadruk op afwatering en ontwatering.

Dat is niet zo gek natuurlijk want grote delen van de plattelandsgebieden en zelfs stedelijke, hadden met aanzienlijke omvang en met grote frequentie te maken met wateroverlast. In ernstige situaties leidde dat tot inundaties die lange tijd konden aanhouden. Er is weinig fantasie voor nodig om in te zien dat dergelijke omstandigheden niet bevorderlijk waren voor een gezonde plattelandsontwikkeling.

Een kenmerk van water is dat beheersing hiervan niet los kan worden gezien van een totaal systeem. Dat wist Floris de 5e al vandaar de oprichting van waterschappen in de 13e eeuw. Het past evenwel niet in dit bestek om nut en noodzaak van de waterschappen te belichten. Wel is het zo dat water zich niet door eigendoms- en bestuurlijke grenzen laat dwingen. Door de vaak kleine eenheden van de waterschappen waren ook die meestal niet in staat om op eigen gelegenheid de problemen op te lossen.

Hieraan ligt mede, maar niet hieraan alleen, de start van het fenomeen ruilverkaveling ten grondslag om de problematiek integraal aan te kunnen pakken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Heidemij dit fenomeen, vooruitlopend op initiatieven van de publiekrechterlijke instanties, heeft bedacht en ter hand genomen. ( De eerste ruilverkaveling De Ballumermieden ). In feite heeft de Heidemij als private instantie ,de publieke instanties de weg gewezen. Die publieke rol werd evenwel al snel ,en terecht, opgepakt met als uitvoerende instantie de Cultuurtechnische dienst.

Terug

 

Aanpak

Het brede begrip waterbeheersing, een problematiek die reeds van oudsher gold ( en geldt ) voor heel Nederland, kent juist vanwege zijn diversiteit, geen markant beginpunt voor een rigoureuze aanpak als bijvoorbeeld de bodemsanering.

Niet alleen de plaatselijke situaties vereisten een plaatselijk gekleurde aanpak ,ook door overheidsingrijpen op hoog niveau werden ingrepen volgens een bepaald patroon afgedwongen. Dat ging gepaard met wet- en regelgeving waarin tevens de bekostiging van de uit te voeren werken werd geregeld. Want het zal duidelijk zijn dat de financiering van een infrastructuur die een algemeen maatschappelijk karakter heeft maar zeer ten dele door de belanghebbende grondeigenaren kan worden gedragen.

Veel waterbeheersingswerken werden door waterschappen als opdrachtgevers ter hand genomen. In vakjargon werden dat A2 werken genoemd. Daarnaast werden in ruilverkavelingen met als opdrachtgevers ruilverkavelingscommissies, alle daarin voorkomende problemen, dus ook de waterbeheersing, opgelost. Binnen een ruilverkaveling kon dat meerdere waterschappen betreffen. Deze werden A1 werken genoemd.

Bijzondere vormen waren vrijwillige ruilverkavelingen, de meest democratische vorm die je maar kon bedenken, herverkavelingen in het watersnoodrampgebied van 1953, de meest ondemocratische vorm, want die werd van overheidswege opgelegd en dan nog de hoogwatervrijmakingswerken die voortvloeiden uit de Deltawerken die na de ramp van 1953 ter hand werden genomen met daaraan gekoppelde aanpassingswerken vanwege het wegvallen van de getijde werking.

Terug

 

De rol van Heidemij op waterbeheersingsgebied in Zuid Nederland in de jaren 60 van de 20ste eeuw

Zoals in heel Nederland het geval was, was de Heidemij in Zuid Nederland als ontwerper en directievoerder (soms ook als aannemer ) bijna in alle waterschappen betrokken bij zowel de hier voorgenoemde A2 werken als bij de wettelijke ruilverkavelingen. Hier is veel over te vertellen. Ja er zijn zelfs boeken over vol geschreven.

Temeer omdat in genoemde decade zeer natte jaren voorkwamen die de aandacht voor het waterbeheer accentueerde. Het was bijvoorbeeld in deze tijd dat o.a. Salland en delen in de Achterhoek in de provincies Overijssel en Gelderland soms over grote gebieden inundeerden.

Talloze waterlopen in allerlei soorten en maten en evenzo duikers en bruggen en gemalen zijn tot stand gebracht.

Voor zuid Nederland worden hierna twee voorbeelden met een bijzonder karakter nader toegelicht.

Terug

 

Hoogwatervrijmaking en aanpassingswerken

Zoals hiervoor vermeld werden in West-Nederland de Deltawerken uitgevoerd. De Heidemij kreeg opdracht van het Provinciaal Bestuur van de provincie Noord- Brabant om voor Noord- Brabant de watervrijmakings- en aanpassings plannen te ontwerpen en deels uit te voeren. De kreekafsluitingen in de Biesbosch maakten ook deel uit van deze plannen .De volgende ruilverkavelingen hadden ook in meer of mindere mate met bovenvermelde problematiek te maken: de Biesbosch, Het Land van Heusden en Altena, het gebied van het Zuiderafwateringskanaal en de Beneden Donge.

De combinatie van ruilverkavelingen met hoogwatervrijmakings-en aanpassingswerken had als voordeel dat je integrale oplossingen voor de problemen kon ontwerpen. Een complicatie was dat je te maken had met verschillende opdrachtgevers met eigen beoordelingscriteria. Dit betrof zowel de criteria voor de ontwerpen als het vraagstuk welke instantie wat moest betalen. Ook de wijze van het kwantificeren van de talloze alternatieve technische oplossingen vergde een andere aanpak dan de bij de Heidemij gebruikelijke.

Het waren niet alleen de investeringen die een rol speelden bij de beoordelingscriteria, ook de exploitatie- en de onderhoudskosten moesten terdege worden meegewogen. Termen als eeuwigdurende afschrijvingen en bepalen van contante waarden van de investerings- en onderhouds- en exploitatie kosten  deden hun intrede bij de planvorming.

Het volgende voorbeeld illustreert de problemen die zich voordeden bij de ontwerpcriteria.

Het riviertje de Donge, ontspringt op de grens met België en verzorgt de afvoer van een relatief hooggelegen gebied. Via een onderleider onder het Wilhelminakanaal (saillant detail, de wanddikte van de in de 19e eeuw aangelegde onderleider bedroeg 11 cm !! ) vervolgde zijn weg door het centrum  van Dongen waar regelmatig wateroverlast voorkwam. Om uiteindelijk, bedijkt als doorvoerriviertje door een bemaald gebied, samen met het Wilhelminakanaal, uit te monden in de Bergsche Maas.

Schematisch overzicht van het gebied Zuiderafwateringskanaal- Beneden Dong

De 5 laaggelegen polders waar de Donge doorheen stroomde, werden bemalen door 5 verspreid in het gebied liggende middelgrote gemalen. In onze plannen hebben wij al deze gemalen geamoveerd inclusief het oude gemaal van Het Zuiderafwateringskanaal bij Keizersveer en hebben wij een nieuw gemaal met een capaciteit van 1850 m3 per minuut ontwikkeld.

In deze visie paste dat De Donge die, met uitzondering van een laaggelegen gebied ten zuiden van het Wilhelminakanaal, niet meer door de polders zou stromen maar zou worden afgeleid op dit kanaal. Daartoe moest het kanaal worden verbreed tot aan de Bergsche Maas want het is een scheepvaartkanaal en daar gelden gelimiteerde stroomsnelheden. Het laaggelegen gebied ten zuiden van het Wilhelminakanaal werd via een nieuw te bouwen onderleider op het te bemalen gebied gebracht.

Het was in de tijd dat de Jager en ( Kusse)  na talloze metingen uitgevoerd in beken in de Achterhoek,gepromoveerd was op o.a. afvoercoëfficiënten. Heel kort samengevat hield dat in dat voor gebieden waar weinig of geen sloten lagen, een lage afvoercoëfficiënt werd gehanteerd .

Bij de Cultuurtechnische dienst die de ontwerpnormen  voor de waterbeheersingsplannen dicteerde, hanteerde men een strak systeem dat met deze nuance veel minder rekening hield .Omdat het verschil in uitkomst nogal groot was en er grote kunstwerken op gedimensioneerd moesten worden zoals een nieuwe onderleider onder het Wilhelmina kanaal, een aflaat van de af te kappen Donge op dit kanaal en de dimensionering van de gemalen, stonden er grote belangen op het spel. Uiteindelijk heeft de wetenschap het af moeten leggen tegen het starre in feite veel slechter onderbouwde systeem van de overheid.

Op een later moment heeft dit meningsverschil toch nog een staartje gekregen, weliswaar niet in het onderhavige gebied maar in ruilverkavelingen elders in de provincie. Door toepassing van de hoge afvoercoëfficiënten in hoger gelegen gebieden werden hier te diepe sloten gegraven met als gevolg verdroging.

Op een pijnlijke wijze kwam aan het licht dat wij als Heidemij geen ervaring hadden met grote kunstwerken zoals een gemaal met een capaciteit van 1850/min en een keersluis in het Oude Maasje dat ook deel uitmaakte van de plannen. Het bleek zelfs dat er op het hoogste niveau afspraken met andere ingenieursbureaus waren gemaakt dat wij dit soort werken niet zouden behartigen. Genoemd gemaal ,gelegen bij Keizersveer, ter vervanging van het oude gemaal en de 5 gemalen van het Beneden Donge gebied is dan ook door ons niet verder ontworpen.

Interessant is nog te vermelden dat wij bij de concentratie van de bemalingseenheden ook De Overdiepsche  Polders hebben betrokken door middel van een te leggen onderleider onder het Oude Maasje. De laatste jaren zijn er werken uitgevoerd om deze polder als inundatiegebied voor rivierwater te benutten. De boerderijen zijn en worden op terpen gebouwd. Wanneer in de geschiedenis werd dat toch ook gedaan?  Ook bij deze werkzaamheden heb ik mij laten vertellen, is Arcadis intensief betrokken.

Bij de afdamming van de kreken in de Biesbosch als uitvloeisel van de hoogwatervrijmakingswerken is door de Heidemij een procedé ontwikkeld op het gebied van bestortingen van de taluds. Aanvankelijk werd uitgegaan van bestorting met mijnsteen. Maar door de grote benodigde hoeveelheid bleek dit een zeer kostbare aangelegenheid te worden. Specialisten van de Heidemij hebben toen de zandcement stabilisatie ontwikkeld. Dit procedé vond later ook toepassing als fundering bij rijkswegen en landbouwwegen.

Henk van den Berg die als projectleider bij alle werkzaamheden in de Biesbosch zeer nauw was betrokken kan hier veel over vertellen.

Terug

 

Vrijwillige ruilverkaveling in combinatie met beeknormalisatie

Begin jaren 60 was Schuring met zijn medewerkers in den lande intensief bezig met vrijwillige ruilverkavelingen. Als de nadruk lag op herschikking van de eigendomsverhoudingen dan waren de uitvoeringsuitingen meestal niet zo spectaculair. Anders werd dat als er een combinatie was met bijvoorbeeld een beeknormalisatie. Een woord waar nu bijna een vloek op rust maar wat in die tijd een eerzame en een maatschappelijk nuttige bezigheid was.

Het waterschap  De Dommel met als hoofdafwatering de rivier de Dommel, had een grootschalig verbeteringsplan op stapel staan voor de beken die afstromen op de Dommel.

Vanwege de kronkelende loop van de riviertjes en de talloze aantallen eigenaren was dit voor het waterschap een moeilijke klus. De mix met een vrijwillige ruilverkaveling lag voor de hand. Het bleek een succesvolle formule met als eerste aanzet De Essche Stroom die bij Halder  tussen Vught en Sint Michielsgestel in de Dommel stroomt.

Het riviertje De Essche Stroom. De foto is genomen vanaf de brug ten zuiden van Vught in westelijk richting.

Hetzelfde riviertje, dezelfde plaats maar nu in een natte periode.

De werkzaamheden in volle gang

Het eind resultaat. Deze foto is op dezelfde plaats genomen als de 1e en 2e foto.

Er werd een constructie opgezet met de ruilverkavelingscommissie als opdrachtgever gezamenlijk met het waterschap De Dommel. Het gebied werd in een aantal zogenaamde blokken ingedeeld en per blok werd een plan en bestek opgesteld. Henk Matthyssen was de grote man om de boeren over de streep te trekken  Daar slaagde hij wonderwel in zij het dat hij vaak wel al zijn diplomatieke capaciteiten en dan ook nog met eindeloos geduld, uit de kast moest halen.

Het ambtsgebied Tilburg van de Heidemij was opdrachtnemer en de Technische Dienst in den Bosch verzorgde alle technische werk zowel de ontwerpwerkzaamheden als opstelling van de bestekken en de directievoering. Alle aspecten kwamen aan de orde. Niet alleen grootschalig grondwerk maar ook ingewikkelde stuwen .

De Essche Stroom werd ongeveer 3 keer zo breed gemaakt. De vrijkomende grond werd benut voor verbetering van de aanliggen percelen zoals vastgelegd in afspraken met de eigenaren.

Het was de tijd van het grote werk. Soms zag je 27 draglines tegelijk aan het werk. En dan de bulldozers en de karren nog.

De uitvoering vergde een groot aantal jaren en strekte zich uit over een lengte beken van wel 30 km.

Door de nuttige aanwending van de uit de beken vrijkomende specie op de aanliggende percelen trokken veel partijen hier voordeel uit.

Niet onvermeld mag blijven dat nu  in de 21e eeuw de beken weer van de nodige kronkels worden voorzien. Wat is wijsheid...

Terug

 

Techniek en inovatie

Het vergt enig vernuft om bij oeroude bezigheden als waterbeheersingswerken nieuwe technieken toe te passen. Bovendien wat is nieuw en is een bepaalde techniek al niet elders eerder toegepast zoals bijvoorbeeld het graven van sloten met een taludbak dat hier grootschalig is toegepast. Zonder pretenties worden toch een aantal zaken genoemd.

Vernieuwende aspecten van bovenvermelde werken op een rij gezet.

  1. Voor de afsluiting van diverse kreken in de Biesbosch  is de zandcementstabilisatie ontwikkeld. In de omgeving van de afsluitingen werden terreinen ingericht waar blokken voor bestorting van de taluds werden gefabriceerd.
  2. Gedurende de uitvoering van de werken in de Essche Stroom is veelvuldig geëxperimenteerd met nylondoek en andere materialen op de taluds.
  3. De resultaten van de wetenschappelijk methode voor het bepalen van afvoercoëfficiënten, ontwikkeld door de Jager, werden op een empirische wijze onder de aandacht van beleidsbepalende instanties gebracht.
  4. Niet in het kader van bovenvermelde werken maar wel een vernieuwende activiteit op het gebied van ontwatering is op uitgebreide schaal onderzoek verricht door Speurwerk ( Jan Cavelaars ) naar toepassing van plastic drainagebuizen en afdekkingsmaterialen ,op de vloeivelden de Witsie bij Tilburg.
  5. Door Arnold de Jong werd het netwerk planningsysteem zoals dat op de computer kon worden geconstrueerd , bewaakt en geactualiseerd, voor dit type werken voor het eerst toegepast. Dit tot soms grote frustratie van provinciaalbestuurders die plotseling publiekelijk werden gedwongen om voor bepaalde data beslissingen te nemen. De gevolgen van uitstel van beslissingsdata werden door dit medium uiterst scherp geëtaleerd. 

Terug

 

Conclusies

De doelstelling die de Heidemij vanaf haar oprichting nastreefde om de productieomstandigheden voor landbouw te verbeteren door middel van een goede waterbeheersing, heeft zij in de jaren 60 en later van de 20e eeuw, ook in Zuid-Nederland op veel niveaus in de praktijk kunnen brengen.

Van de mogelijkheden om zowel in ontwerp- als in uitvoerende zin, vernieuwingen toe te passen ,is ruimschoots gebruik gemaakt

Doelstellingen die destijds zeer legitiem waren, bleken toch een houdbaarheidsdatum te hebben omdat die nu deels weer worden teruggedraaid

Terug

 

Anekdotes

Munitie

Het gebied langs de Bergsche Maas is in de jaren 1944/45 frontgebied geweest. Dat kwam nog weer eens aan het licht toen het Zuiderafwateringskanaal werd verbreed en uitgediept.

Een draglinemachinist die daar aan het graven was zag er de lol van in. Voordat de opzichter in de gaten had dat hij grote hoeveelheden munitie van allerlei soorten en maten aan het opgraven was en de EOD had kunnen waarschuwen, had hij al een grote hoeveelheid op de kant liggen. Met bakken vol schepte hij het op. Het was daar gedumpt door de vluchtende Duitsers.

Gezien de staat van de munitie was het een wonder dat alles zo goed is afgelopen. De draglinemachinist bleek niet onkundig van de gevaren maar hij was nu eenmaal gepassioneerd voor munitie.

Volkswagen busje

De omvang van de Essche Stroom werken bleven voor de directie in Arnhem niet onopgemerkt. Het prikkelde zodanig dat de voltallige directie de werken wel eens met eigen ogen wilde aanschouwen.

Ik moest een programma in elkaar zetten. Daarin paste dat wij ons zouden verplaatsen met een Volkswagen busje. Als ik dan naast excursieleider ook tevens als chauffeur zou optreden dan was dat lekker goedkoop. En daar kon toch niemand bezwaar tegen hebben. Een kniesoor die bezwaar zou maken tegen het feit dat ik nog nooit in een volkswagen busje gereden had.

De dag verliep vlekkeloos. Totdat we bijna aan het eind van de dag in de buurt van het restaurant in het centrum van 's Hertogenbosch kwamen waar we de dag met een etentje zouden afsluiten.

Ongeveer 500 m voor het restaurant in de Hinthammerstraat voor een verkeerslicht sloeg de motor van het busje af om verder alle dienst te weigeren. Kordaat als ze waren besloot de voltallige directie het busje de nog af te leggen 500 m te duwen. Die taak hebben ze goed volbracht. In mijn ogen zijn ze geslaagd als professionele duwers

Romeinse munten

Bij het genoemde punt Halder waar de Essche Stroom in de Dommel stroomt, werden tijdens de graafwerkzaamheden op een plek meer dan 136 romeinse munten gevonden uit de derde eeuw. Deze tijdsperiode was af te leiden uit de namen van de keizers Victorianus en Petricius op de munten.

Uiteraard hebben we hiervan melding gemaakt bij de Oudheidkundige Dienst. Er volgde bezoek van een delegatie onder leiding van prof J. Bogaers. Die concludeerde dat de munten tussen 273 en 275 in de bodem terecht zijn gekomen  .

Het feit wil dat ongeveer terplekke van de vondst een ongeveer 20 cm dikke harde laag vivianiet in combinatie met ijzeroer voorkwam. De professor en zijn assistenten ontdekten dat een aantal schollen van dit materiaal ter plaatse van de muntvondst taludsgewijze was gestapeld. Ter plekke werden door de professor en zijn assistenten een aantal theorieën geconstrueerd die in verband werden gebracht met de daar gevonden munten. Dit feestje werd danig verstoord door de komst van een arbeider van de aannemer die opmerkte dat zij de vorige dag dit talud met die platen daar hadden aangebracht. Dat vond de professor niet leuk.

Terug

 

Auteur

Mijn naam is Dirk Winters.

Na mijn opleiding bosbouw en cultuurtechniek en later weg- en waterbouw, ben ik een aantal jaren werkzaam geweest in de drie zuidelijke provincies op het gebied van bodemkunde en hydrologie.

Daarna werd ik projectleider van de Essche Sroom en het gebied van het Zuiderafwateringskanaal en de Beneden Donge.

Vermeld dient te worden dat de benaming projectleider in die tijd bij de Heidemij nog niet zijn intrede had gedaan .Men had het toen nog over rangen en niet over functies .Ik werkte daar als technisch ambtenaar en later technisch hoofdambtenaar. Het “groene pak” was nog actueel en begeerd.

Een aantal jaren ben ik hoofd- projectleider geweest eerst in de provincie Noord Brabant en later in de provincies Gelderland en Overijssel

Van 1983 tot 1993 ben ik hoofd geweest van de regio Oost, omvattende de provincies Gelderland, Overijssel en Flevoland.

Mijn buitenlandse ervaring beperkt zich tot België en Frankrijk waar ik een aantal bodemkundige en hydrologische projecten heb behartigd

Terug