Project Valleikanaal

Inhoud:

Historie en aanleiding

Aanpak en rol Heidemij

Techniek en innovatie

Bijzonderheden

Conclusies

Arcadis NÚ

Nuttige links en literatuur

Auteurs

 

Historie en aanleiding

Het Valleikanaal dankt zijn naam aan de Geldersevallei die is gelegen tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Beginnend bij Rhenen loopt De Vallei via de plaatsen Veenendaal, Amerongen, Woudenberg en Leusden naar Amersfoort om daar over te gaan in het Eemland.
Waterstaatkundig is dit altijd een probleemgebied geweest. Vanaf de hoger gelegen flanken komt overtollige neerslag via een groot aantal beken – zoals de Lunterse- en de Barneveldse-beek – in de relatief vlakke Vallei. Vaak was de wateraanvoer echter groter dan de afvoercapaciteit, wat tot overstromingen leidde. Bovendien werd die aanvoer door de eeuwen heen steeds groter als gevolg van ontginningen, bevolkingstoename, de vestiging van industrieën en de hogere eisen die het agrarisch grondgebruik stelden.

Vóór de aanleg van de Afsluitdijk speelde ook de voormalige Zuiderzee een rol. Noordenwinden stuwden het water van de Zuiderzee vaak op, hetgeen de waterafvoer van de Eem – en dus De Vallei – belemmerde. De zware stormvloed van 13-14 januari 1916, die in het Eemland en veel plaatsen rondom de Zuiderzee grote schade toebrengt, is de druppel die de emmer doet overlopen. Beheersing van het waterpeil van de Zuiderzee werd hoognodig. In Den Haag wordt besloten tot de aanleg van de Afsluitdijk, die in 1932 gereed komt. Het waterpeil van het aldus ontstane IJsselmeer wordt zo beheersbaar, en daarmee ook het peil van de Eem. Dit biedt bovendien de mogelijkheid het eeuwenlange probleem van De Vallei op te lossen. Een staatscommissie ontwerpt in 1933 een afwateringsplan voor dit gebied. Het plan voorziet in de aanleg van het Valleikanaal en de oprichting van Waterschappen aan weerszijden ervan. Zij moeten toezien op een optimale waterafvoer naar het kanaal via de verschillende beken. Er worden twee varianten gepresenteerd: een kanaal dat naast de afvoer van het overtollige water ook geschikt is voor de scheepvaart en de grote rivieren verbindt met Amsterdam. De kosten voor deze variant bedragen fl.8.000.000,-. Maar omdat het crisis is wordt gekozen voor een kanaal dat alleen voor de afwatering zorgt en slechts fl.1.450.000,- kost. Het plan wordt verder uitgewerkt door de Provinciale Waterstaat van de Provincie Utrecht. De begeleiding van de uitvoering van het graafwerk wordt opgedragen aan de Nederlandsche Heidemaatschappij.

Terug

 

Aanpak en rol Heidemij

De Heidemij begint in 1937 aan het project bij Amersfoort. Er wordt gekozen voor de Heidemij omdat de organisatie in die tijd de belangrijkste begeleider  van de werkverschaffingsprojecten in Nederland is. Denk daarbij aan de talrijke heideontginningen - en  de aanleg van bossen, recreatieprojecten  en kanalen in het noorden en oosten. Het project wordt uitgevoerd in opdracht van de  Provincie Utrecht  De werkzaamheden bestonden in hoofdzaak uit het aannemen en begeleiden van de tewerkgestelde arbeiders, het vaststellen van de geleverde prestaties, het uitbetalen van de bijbehorende lonen, het houden van toezicht op de uitvoering werken en het monitoren van de van overheidswege vastgestelde voorwaarden verbonden aan werkverschaffingsprojecten (zoals de regeling Dienst Uitvoerende Werken, DUW).

Los van het afwateringsprobleem zijn het als gezegd economisch barre tijden. De nasleep van de krach op de effectenbeurs van Wall Street in 1929 zorgt voor een wereldwijde recessie. Nederland heeft te maken met een grote werkloosheid. Daarom wordt besloten dat het graven van het Valleikanaal een werkverschaffingsproject moet worden dat in handkracht wordt uitgevoerd. De werklozen worden met honderden per trein uit steden als Den Haag, Amsterdam en Utrecht aangevoerd.

Het tracé van het nieuwe kanaal volgt in grote lijnen de bestaande waterlopen die worden verbreed, verdiept en met elkaar worden verbonden. De vrijkomende grond wordt naar de lage gedeelten in het aanliggende terrein en de Grebbeliniedijk getransporteerd cq verwerkt. Dit gebeurt in het begin voornamelijk met behulp van kruiwagens. De Grebbeliniedijk maakte deel uit van de verdediging van ons land tegen een militaire aanval uit oostelijke richting. De linie liep van Rhenen (Grebbeberg) naar Spakenburg en is nog steeds een toeristische bezienswaardigheid.

Omdat de oorlogsdreiging in de late dertiger jaren van de vorige eeuw toeneemt, krijgt ook de legerleiding belangstelling voor de werkzaamheden aan het Valleikanaal. Er worden in dit licht zelfs eisen gesteld, wat op punten tot wijzigingen van het plan leidt.

Terug

 

Techniek en innovatie

Omdat het om een werkverschaffingsplan ging, komt er bij het project Valleikanaal niet veel innovatie aan te pas. De mensen moeten immers ‘aan de bak’, met slechts de hulp van  schop, kruiwagen en – pas later – zogenaamde kipkarren op smalspoor. Van destijds al wel bestaande  draglines, werd geen gebruik gemaakt.

Terug

 

Bijzonderheden

  • er werkten dagelijks doorgaans 400 man aan het project;
  • samen zorgden zij ervoor dat tijdens de duur van het project ongeveer een miljoen kubieke meter grond werd verplaatst;
  • de omvang van het project en de onervarenheid van het gros van de de werklozen met dit soort werk stelde de regionale organisatie van de Heidemij voor een probleem. Op een dergelijke toevloed van arbeiders was de bestaande organisatie niet berekend. Er waren onvoldoende leidinggevenden voorhanden in de nabije omgeving, maar men slaagde er gelukkig in om geschikte Heidemij’ers aan te trekken, vooral uit de noordelijke provincies. Tientallen noorderlingen werden overgehaald te verhuizen met hun gezin. Dat viel zwaar soms, want in plaats van vrij wonen op het platteland kwam men in het westen vaak terecht in rijtjeshuizen. Op Zondag fietsen mocht soms niet meer, wie Kier heette (‘Gekke naam’) werd voortaan Kees genoemd en vooral: men moest afscheid nemen van familie en bekenden. Het onderhouden van contacten was immers een stuk moeilijker destijds: vrije tijd was schaars, reizen duur en telefoonverbindingen nog geen gemeengoed.  Velen zijn na hun pensionering in de nieuwe omgeving in het midden van het land blijven wonen.
  • mega-projecten als het Valleikanaal, waar werd gewerkt met behulp van werkelozen, werden destijds als zeer belangrijk ervaren. Dat blijkt onder meer ook uit het feit dat Koningin Wilhelmina zich hoogstpersoonlijk op de hoogte ging stellen. “H.M. onderhield zich met verschillende arbeiders. Ook hier bleek weer welk een goede stemming onder de arbeiders op deze werken heersen, en hoe erkentelijk men is voor het productieve werk  dat hier aan zooveel werkloozen wordt geboden.” De eerlijkheid gebied te zeggen dat er destijds ook andere geluiden te horen / lezen waren: voor de arbeiders lag de zaak anders, zo is ergens te lezen: “De arbeiders verdienden vaak niet meer dan 15 cent per uur, belangrijk minder dan de 24 cent per uur om aan het schamele loon van 12 gulden per week te komen.” (bezoek Koningin Wilhelmina: zie ook bijlage interview Nieuwenhuyzen).
  • de laatste beekverbeteringen die voortkwamen uit de aanleg van het Valleikanaal zijn pas in 1980 afgerond.

 

Terug

 

Conclusies

Het is verbazingwekkend dat dit project tot stand is gekomen, gegeven de inzet van werklozen met andere beroepen en vaardigheden dan vereist, die gebruik moesten maken van slechts schop, kruiwagen en kipkarren en smalspoor.Het resultaat van alle noeste arbeid: het Valleikanaal zoals het er uiteindelijk is gerealiseerd, ingebouwd in een oude kaart. De stad Amersfoort is daarin niet aangegeven, maar zichtbaar onder T Hoogelant.

Terug

 

Arcadis NÚ

Het huidige ARCADIS neemt de daadwerkelijke uitvoering van projecten niet meer zelf ter hand. De tweedeling Advies en Uitvoering, zoals die in de beginjaren van de nieuwe organisatie bestond, is niet meer. Op het gebied van Water daarentegen heeft ARCADIS vandaag de dag een naam hoog te houden, zowel nationaal als internationaal:

 

Terug

 

Nuttige links en literatuur

 

Terug

 

Auteurs

Wim Hollestelle (Amersfoort 1927). Volgde de opleiding Cursus Nederlandsche Heidemaatschappij B  jaargang 1950-52 de latere Hogere Bosbouw- en Cultuurtechnische School HBCS). Werkt vervolgens bij Heidemij en is o.a. betrokken bij de uitvoering van de herstel-en ruilverkavelingswerken na de overstromingen in Zeeland in februari 1953. Vanaf 1960 is hij in de provincie Utrecht o.a. betrokken bij de projecten voor de Waterschappen Luntersebeek en Heiligenbergerbeek. Heeft nog enkele van de Valleikanaal-emigranten uit het noorden mogen meemaken.

Wim Schermer (Beemster, 1936). Volgde als zoon van een Beemster-veehouder een HBO-landbouwopleiding en doorliep vervolgens de HBCS in Arnhem. Belandde namens de Heidemij onder meer in Congo/Burundi (“bodem- en landmeetkundig werk ten behoeve van de koffie-aanplant”), Suriname (“cultuurtechniek voor de aanleg van polders, waterlopen en wegen”), Opper Volta (nu Burkino Faso) (“dammen en dijkjes om erosie tegen te gaan”), Nigeria (“Nigerdamproject, plus ontbossing 40.000 hectare bovenstrooms”) en Colombia (“afgepakt grootgrondbezit omzetten in perceeltjes met irrigatie”). Toen later Nederland weer de basis werd, was Schermer achtereenvolgens Hoofd Marketing van Heidemij Utrecht in Amersfoort en werkzaam bij KAFI, het inmiddels door Arcadis verkochte bedrijfsonderdeel dat gespecialiseerd is in overheidsfinanciën en lokale heffingen. Afgezien van een kort uitstapje naar Indonesië heeft Wim zich bij KAFI tussen ’75 en ’94 vooral beziggehouden met de organisatie van de OZB en kadastrale boekhouding van Waterschappen, en hun samenwerking met gemeenten.

Terug